Mijn dovenwereldreis

De eerste dag van de opleiding logopedie vond plaats in september 2008. Alle docenten hielden een kort praatje over hun specialisatie. Logopedie is namelijk veel breder dan veel mensen weten. Een dame met vrolijke bolle wangen hield een modelbrein omhoog en vertelde iets over neurologische spraak- en taalstoornissen. Een jonge dame noemde dat ze bekende Nederlanders van hun stemklachten af heeft geholpen. Toen stapte er een vrouw met een strenge bril naar voren, ze sprak niet. Ze gebaarde! “Er zijn in Nederland ongeveer 1,5 miljoen dove en slechthorende mensen.”

Geweldige dovenwereldreis

Ik was helemaal verkocht. Dat modelbrein en de BN’ers konden me even niets schelen. Gebarentaal leek me zoiets interessants, zo fantastisch. Ik volgde het keuzevak NmG die de hogeschool aanbiedt, maar het was niet genoeg. Tijdens mijn tweede jaar van de opleiding was ik ingeschreven voor een cursus gebarentaal bij SWEDORO. Ik had totaal geen idee dat NmG iets anders is dan gebarentaal, of ik wist het wel, maar ik had er niet over nagedacht. Ik had ook niet van te voren gelezen dat de docente doof zou zijn. Toen ik binnenkwam was iedereen stil en wees mijn docente, Gera, naar de brief met instructies voor de les. Ik leerde vanaf die dag pas echt een hele mooie wereld kennen. Ik weet werkelijk waar niet meer hoe Gera het voor elkaar heeft gekregen, maar een paar weken later gebaarde ik in zinnetjes. Het handalfabet oefenen werd al snel een tic. Ik spel nog steeds dagelijks op willekeurige momenten een lang of moeilijk woord, om te kijken hoe snel ik het kan.

Dat ik stage wilde lopen op het doven- en slechthorenden onderwijs was geen verrassing. Hier smolt de kennis die ik had over logopedie samen met de kennis over gehoorproblemen. Mede dankzij die school en de inspirerende logopedisten die er werken ben ik uiteindelijk zo’n gepassioneerde logopedist geworden.

Switched at Birth

In mijn vrije tijd ontdekte ik de serie Switched at Birth. Hierin zijn meerdere belangrijke personages doof of slechthorend. De diverse verhaallijnen intrigeren me. Er zijn scènes volledig in American Sign Language gespeeld. Sommige scènes bevatten pijnlijke waarheden, waar je nooit over zou nadenken als je het niet zelf zou meemaken.

Langzaam maar zeker leerde ik verschillende dove en slechthorende collega’s en kinderen kennen, of sprak ik elders mensen die gebaren inzetten tijdens hun beroep. Bij taal hoort cultuur, zo is er ook een dovencultuur. Ik heb ook moeten leren dat de term ‘doofstom’ echt niet meer kan. Ik heb ervaren dat het super onhandig is om iets te gebaren met een halfvol glas in je hand (oeps..). Ik heb geleerd om in gebarentaal een verhaal te vertellen op een manier die zo duidelijk is dat het misschien wel voor iedereen ter wereld (zonder visus problemen) te begrijpen is.

Gebarentaal is niet mijn moedertaal, en de dovencultuur is niet mijn cultuur. Ik kan nog zo veel leren, maar ik ben er toch zo verliefd op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.