Geen begrip; dat is pas eng

“Ik wil er door” zei hij tegen haar. Hij stond achter haar in het rumoerige klaslokaal en verstond “ik wil je dood.” Geschrokken deinsde ze achteruit.  De rest van de schooldag voelde ze zich naar en eenzaam. Ze vertelde haar juf er pas dagen later over.
Wanneer het meisje ouder wordt zal zij steeds beter leren om te verifiëren of ze iets goed heeft verstaan. Ik herinner me de behandeling van dit slimme meisje nog goed. Ze was eigenwijs genoeg om me niet aan te kijken wanneer ik sprak. “Ik hoor het toch?!”

Spelen met liplezen

Dan liet ik expres op een onaangekondigd moment mijn stem weg en sprak door met wat ondersteunende gebaren. Haar ogen straalden omdat ze me dan toch kon volgen. Het werd een spel en uiteindelijk bleef ze vaker goed kijken. Ik vind het prachtig om te zien hoe goed jonge kinderen kunnen liplezen en hoe goed ze zich aanpassen zonder dat te beseffen. Van slechthorende kinderen in het reguliere onderwijs vragen we dat. Van alle kinderen vragen we dat. Kinderen moeten zich aanpassen en idealiter zo normaal mogelijk zijn.

Maar als je anders bent hoor je er wel bij, toch?

Zit er iemand met een CI in de metro? Er is altijd wel iemand die ongegeneerd staart. N. (14 jaar) draagt haar hoofddoek over haar hoortoestellen omdat haar familie zich voor haar toestellen schaamt.

Doofheid besmettelijk?

Er komt wekelijks een jongetje met taalproblemen naar logopedie, hij heeft een dove vader. Als hij aan de beurt is roep ik hem binnen en complimenteer ik hem over de toren die hij in de wachtkamer heeft gebouwd. Ik ondersteun automatisch met gebaren, zodat vader weet wat ik zeg. Er zit nog een moeder van een ander kind in de wachtkamer. Ze ziet mij gebaren en houdt haar kind steviger vast, alsof ik zojuist iets angstaanjagends heb gedaan, of alsof doofheid een besmettelijke ziekte is. Ik vraag de jongen vriendelijk om binnen te komen en aai over zijn hoofd, terwijl ik de vrouw met een glimlach aankijk. Er zijn schijnbaar mensen die nooit eerder dove of slechthorende mensen hebben gezien en er daarom bang voor zijn, zeg ik hoofdschuddend tegen mezelf.
Wanneer de jongen en zijn vader een half uur later de behandelkamer uitlopen, komt mijn volgende jonge cliënt aangelopen. Het is een peuter met een ontwikkelingsachterstand en een lichte oogafwijking. De jongen gebaart geschrokken naar zijn vader “wat is dat?” In plaats van dat vader rustig uitleg geeft, gebaart hij “nee, niet kijken. Kom….” Ik ben al te druk bezig met het contact zoeken met de peuter om hem mee naar binnen te vragen… maar alles bij elkaar opgeteld vind ik dit te bizar voor woorden.

Nooit te oud om te leren

Ik krijg een mail van een ambulant begeleidster. Het slimme en slechthorende meisje zit inmiddels in groep 5. Ze wordt gepest. De vraag is of ik aan de verbale weerbaarheid wil werken. Even voel ik een steek in mijn maag. Later besef ik me dat hier een nieuwe mogelijkheid is ontstaan om weer een stukje onwetendheid weg te nemen bij kinderen. Ik snap namelijk best dat iets onbekends eng of gek kan zijn. Hoe je met zoiets om gaat wil ik je best leren. Als u volwassen bent en hier moeite mee heeft, dan moet u zich maar diep schamen. Daarna wil ik het u ook wel leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.