Wist u dat Parijs gesloten is?

Maandag twijfelde ik echt of ik de aanslag in Parijs moest bespreken met de kinderen. Ik werd er op mijn eigen Facebookpagina namelijk al mee gebombardeerd. Ik ben logopedist en ik zie dagelijks 12 tot 16 kinderen van diverse leeftijden. Met de peuters en jongste kleuters ging het uiteraard gezellig over Sinterklaas. Veel meer kinderen dan ik had verwacht wilden toch iets kwijt over de aanslag. Ik kan luisteren als geen ander…  maar, WAT moet IK zeggen?!

Wist u dat Parijs gesloten is?

“Hélène, waarom doet die meneers dat?”
“Wist u dat Parijs gesloten is?”
“Wat betekent Allah-hoe-akmaar?”
“Er zijn veel, veel mens dood hè? Is deze echt dood?”
Mijn reactie is elke keer verschrikkelijk van belang.
Ik weet het niet, ik snap het niet en ik wil dit niet! Mijn hart breekt alleen al als ik hoor waar sommige kinderen over nadenken.

Erover zwijgen is geen optie

Erover zwijgen is geen optie. Ik haal diep adem en geef antwoord. “Ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. Waar zal ik beginnen?” ”Geeft niet juf, rustig even nadenk, mag.” Ik hoor mezelf in zijn reactie terug en moet erom lachen. Tegelijkertijd breekt mijn hart nog een stukje verder. Zo leg ik de afgelopen dagen op verschillende manieren voorzichtig uit dat er mensen op de wereld zijn die anderen haten, niet lang genoeg hebben nagedacht en daarom handelen uit haat.

De hart verplettert de papier

Ook F. van elf jaar luistert goed, leest tegelijk elk woord van mijn lippen af en denkt na. “Ik haat ook de kinderen die pesten mij!”
Er zijn meer dan zeven volwassenen die weten dat F. wordt gepest omdat hij hoortoestellen heeft en ‘anders’ praat. Er wordt aan gewerkt. Ondertussen voelt dit jongetje pijn en verdriet en kan hij zich wel verplaatsen in mensen die geweld plegen uit haat. Dit gaat hartstikke fout. Ik haal een rode strook papier tevoorschijn en vouw het meerdere malen om. Het ligt nu als een zigzag op tafel. Daarnaast leg ik een doosje in de vorm van een hart.

Ik leg de zigzag op het hart en zeg, “als ik haat op mijn hart heb, dan blijft het alleen maar zo. Het blijft liggen met scherpe punten die steken. Wat gebeurt er als ik het omdraai? Leg het hart maar bovenop het papier.” F. haalt zijn schouders op. “De hart verplettert de papier” voorspelt hij. “Dat klopt!” roep ik. “Als je hart sterker is dan haat, blijft er niet veel van over.” We leggen samen het hart op de zigzag en kijken even naar de strook die nu bijna helemaal plat op tafel ligt.

Jouw hart is ook sterker dan haat” zeg ik resoluut terwijl ik F. ernstig aankijk.

Comments (2)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.