Types doofheid

TyEr zijn verschillende types doofheid:

Prelinguaal doofheid

Letterlijk betekent prelinguaal “voor de taal” , dus prelinguale doofheid is doofheid, die ontstaat voordat de ontwikkeling van gesproken taal op gang heeft kunnen komen. Mensen, die vanaf de geboorte doof zijn of geworden voordat ze 3 jaar oud waren, zijn prelinguaal doof. Gesproken taal en intonaties zijn voor deze doven erg moeilijk aangezien ze nooit geluiden hebben gehoord. Deze doven praten door middel van gebarentaal en hebben hun eigen grammatica en een typische ­`doven-accent `.

Postlinguaal doofheid

Letterlijk betekent postlinguaal “na de taal”. Mensen, die na de ontwikkeling van gesproken taal doof zijn geworden, zijn postlinguaal doof, meestal als gevolg van een ongeluk of hersenvliesontsteking.Ouderdomsdoofheid

Ouderdomsdoofheid

Ouderdomsdoofheid houdt in dat men slechter gaat horen op oudere leeftijd. Deze vorm van doofheid ontstaat door geleidelijke slijtage van de haarcellen in het binnenoor als gevolg van ouder worden. In de meeste gevallen begint de slechthorendheid vanaf 50 jaar. Deze leeftijdsgrens is geen zekerheid, sommige mensen krijgen geen ouderdomsdoofheid en sommige krijgen het eerder dan hun 50ste levensjaar. Onderzoekscijfers geven aan dat ongeveer 50% van de mensen boven 75 jaar slecht horen. Het steeds slechter horen door ouderdom, gebeurt geleidelijk en wordt daardoor nauwelijks opgemerkt. Deze vorm van doofheid zorgt ervoor dat men geen hoge tonen hoort. Veel mensen vinden het dan lastig om een gesprek met iemand te voeren door alle verschillende harde geluiden op de achtergrond. Men gaat dan automatisch harder praten. Een gehoorapparaat biedt de oplossing, maar mensen vinden het lastig om aan een gehoorapparaat te wennen. Het binnenkomende geluid schijnt niet overeen te komen met het normale horen en uit ongeduld gebruiken mensen het gehoorapparaat liever niet.

Ouderdomsdoofheid hoeft niet alleen door ouderdom veroorzaakt te zijn, het kan namelijk ook door lawaai, medicijngebruik, vaatproblemen en slechte eetgewoonten ontstaan.

Laatdoofheid

Laatdoofheid houdt in dat men na een bepaalde periode van toenemende slechthorendheid langzaamaan doof begint te worden. De oorzaken van deze vorm van doofheid zijn niet altijd vast te stellen, een oorzaak zou een ongeluk, erfelijkheid (progressieve slechthorendheid), regelmatig en over een lange periode blootstelling aan harde omgevingsgeluiden zonder gehoorbescherming (ook wel lawaaidoofheid) of een brughoektumor kunnen zijn. Laatdoofheid is niet te vergelijken met andere vormen van doofheid omdat iedereen laatdoofheid kan worden ongeacht de leeftijd of gezondheid.

Plotsdoof

Plotsdoofheid is als je binnen een korte periode plots door gehele doofheid getroffen wordt. Deze vorm van doofheid gebeurt in de meeste gevallen binnen een paar seconden tot enkele minuten. Het tegenovergestelde van plotsdoofheid is laatdoofheid, waarbij je na een bepaalde tijd van toenemende slechthorendheid langzaamaan door doofheid getroffen wordt.

Normaal gesproken ontstaat plotselinge gehoorverlies aan één oor, maar het is ook mogelijk dat je tegelijk aan beide oren door gehoorverlies getroffen wordt. Jaarlijks krijgen ongeveer 8 op de 100.000 personen eenzijdige plotsdoofheid in Nederland.

Mogelijke oorzaken van plotsdoofheid

Bij plotsdoofheid is het moeilijk te verklaren wat de aanleiding van deze vorm van doofheid is geweest. Voorbeelden van mogelijke oorzaken kunnen zijn: een ernstige infectie, zoals hersenvliesontsteking, het gebruik van bepaalde antibiotica, een (verkeers)ongeval, een gestoorde afweerreactie, een doorbloedingsstoornis of een brughoektumor.

Als eenmaal plotselinge doofheid is opgemerkt, is het belangrijk om bij een KNO-arts langs te gaan. De KNO-arts verricht een aantal onderzoeken om te achterhalen wat de waarschijnlijke oorzaak van de doofheid is geweest. De arts voert een gehooronderzoek, bloedonderzoek en een MRI-scan van het gehoororgaan en de gehoorzenuw uit. Toch zal in de meeste gevallen de oorzaak niet achterhaald worden.

Mogelijk herstel 
Van ongeveer 33% van alle plotsdove personen weet het gehoor zichzelf te genezen. Het gehoor van ongeveer 33% van alle plotsdoven herstelt gedeeltelijk maar het gehoor zal nooit meer als van ouds zijn. Bij de overige 33% van de plotsdove personen zal het gehoor nooit meer herstellen. De eerste paar weken na deze doofheid zijn cruciaal, want alleen binnen deze paar weken kan eventuele genezing plaatsvinden. Na 3 tot 6 maanden na het ontstaan van de plotsdoofheid hoeft men niet meer op herstel te hopen.

Gevolgen
Het is een geheel nieuwe waarneming als men van het een op het andere moment door doofheid getroffen wordt, dat een zekere heftige impact op het leven heeft. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn want de verschillende omgevingsgeluiden bestaan niet meer en de bekende manier van communiceren valt ook weg. Door doofheid lijkt het alsof je niet meer met de omgeving verbonden bent en dat kan psychische problemen (zoals isolement) tot gevolg hebben. De acceptatie van doofheid en het leren omgaan met doofheid is een proces waar een dove doorheen moet, dat energie, tijd en geduld vergt van zowel de dove zelf als zijn omgeving.

Lees verder